Onderneem de natuur door te investeren in landschap

Onderneem de natuur door te investeren in landschap

Eind september 2012 besloten een vijftigtal Nederlandse natuurorganisaties tot het varen van een radicaal andere koers, geld verdienen met natuur, onafhankelijkheid van subsidies en een verdubbeling van de biodiversiteit in 2030. Na de berichtgeving over dit besluit tot commercialisering van de natuur in een voorpagina artikel en bijlage in Trouw van 29 september, volgden verschillende reacties. Tevens nam de Volkskrant het nieuws over met het artikel "Natuurclubs zoeken hun eigen weg" waarin Johan van de Gronden, directeur WNF Nederland laat weten zeer positief te staan tegenover onafhankelijkheid van de overheid en nieuwe samenwerkingen met commerciële samenwerkingen binnen natuurgebieden. Helaas blijft de relatie tussen natuur en landschap in het besluit, als ook in de berichtgeving en de reacties, geheel onbeschreven, en juist daar, net buiten de bestaande natuurgebieden, liggen de kansen voor het genereren van extra inkomsten.

Natuur in Nederland kan momenteel ervaren worden als afgebakende gebieden die in beheer zijn van natuurorganisaties, toegankelijk dan wel niet toegankelijk voor bezoekers met de functie natuur. Natuur vervult vooral een belangrijke maatschappelijke waarde, het is een publiek goed dat niet-rivaliserend is en niet-exclusief, van ons allemaal. Natuur kan dus niet vermarkt worden. Commercialisering of samenwerking met andere maatschappelijke partijen binnen de natuurgebieden biedt kansen, maar zal vragen om een functieverandering, die het totaal aan oppervlakte natuur zal doen verminderen.

Een voorbeeld hiervan is de realisatie van een "klimbos" in combinatie met de ontwikkeling van horeca door een particuliere partij binnen een natuurgebied van Staatsbosbeheer. De bijbehorende pachtovereenkomst laat zien dat het gaat om het exclusief maken van een activiteit binnen een publiek goed. De pachtovereenkomst is echter nodig om enerzijds inkomsten te genereren voor Staatsbosbeheer en anderzijds de investering van de ondernemer te beschermen en duurzaam beheer te garanderen. Zonder toekennen van eigendomsrechten is de investering namelijk van iedereen en de verantwoordelijke voor het beheer moeilijk aan te wijzen. Iets wat men in West Zeeuws Vlaanderen reeds ervaren heeft met het beheer van "recreatienatuur", waarbij met vereveningsgeld speeltoestellen gerealiseerd zijn in een natuurgebied en zowel de natuurorganisatie (onvoldoende financiële middelen) als de ondernemers (geen eigenaar) moeite hebben met het onderhoud.

Een mogelijk alternatief, naar Belgisch voorbeeld (onder meer Fietsknooppuntennetwerk en Toegangspoorten van Nationaal Park de Hoge Kempen), is niet het realiseren van commerciele activiteiten binnen natuurgebieden, maar uitbreiding van natuur richting het landschap. In andere woorden het benutten van economische kansen die natuur biedt door te investeren net buiten de grenzen, zodat de natuur niet aangetast wordt en zelfs lijkt uit te breiden.

De "Streekrekening Het Groene Woud" is hier een bekend voorbeeld van, waarbij ondernemers en overheden een speciale rekening kunnen openen en door te sparen, geld genereren voor het landschap. Andere voorbeelden zijn het Ecolana Grondfonds, Toeristisch Investeringsfonds Texel en een vereveningsfonds gekoppeld aan een Landschapsontwikkelingsplan op Schouwen-Duiveland.

Behalve fondsen worden er ook andere concepten bedacht zoals uitzichtgarantie en "Koop voor de Natuur", een initiatief van Landschap Noord-Holland waarbij webwinkeliers gemiddeld 4% van het aankoopbedrag van het gekochte product, doneren aan een natuurorganisatie naar keuze.

Ervaringen in landschapsfinanciering laten zien dat samenwerking tussen bedrijven, bewoners, overheden, belangenorganisaties en natuurbeschermers economische baten kan genereren. En het is juist in het landschap, tussen gebieden die verschillende functies vervullen, waar top-natuur en pieken in biodiversiteit te vinden zijn. Koppeling van het landschap en de natuur levert daarnaast hogere bezoekersaantallen op in de natuurgebieden die daardoor maatschappelijk weer meer gewaardeerd zullen worden.

Een besluit klinkt heel definitief, een betere woordkeuze van de natuurorganisaties zou zijn geweest te berichten over de opening van een maatschappelijk debat, een discussie tot de commercialisering van natuur en verduurzaming van haar financiële stromen. We hebben onze natuurgebieden nodig voor het genieten van een publiek goed, voor het ervaren van vrijheid en voor het in stand houden van habitattypen voor kieskeurige beschermde flora en fauna. Door te investeren in grensgebieden, in landschap waar al een start is gemaakt met het aanbieden van publieke diensten tegen private baten, kan de biodiversiteit in 2030 verdubbeld zijn zonder aantasting van de natuur zoals we die nu kennen.

Jan Joris Midavaine
Master student Development and Rural Innovation (WUR)
janjoris.midavaine@gmail.com




TrampoCMS © Jeroen Lukas 2006
Parsetime: 0.010524 sec